Dat artificiële intelligentie (AI) in aanraking komt met quasi alle facetten van onze samenleving, verrast al lang niemand meer. Dat een net verkozen Paus (Leo XIV) AI benoemt als één van de redenen waarom hij zijn pauselijke naam koos, dan weer wel. Toch is het zo. Geïnspireerd door de sociale vooruitgang die zijn voorganger Leo XIII maakte, identificeert onze nieuwe Paus artificiële intelligentie als een ‘gevaar voor de mensheid en de grootste uitdaging voor arbeidsomstandigheden’. Dat is grove taal.
Artificiële intelligent zet onze samenleving en onze economie inderdaad al enkele jaren op zijn kop. Dat valt niet meer te ontkennen. Hoe we daarop reageren, zal bepalen of we deze nieuwe industriële revolutie als een kans of dreiging zullen zien. Uit onderzoek van METR-Evaluations blijkt dat AI-systemen elke zeven maanden hun functiecapaciteiten verdubbelen en dus twee keer zo zelfstandig kunnen werken. In een land als het onze, waar bijna de helft van onze arbeidsmarkt bestaat uit jobs met een risico op automatisering, kan een dergelijke mate van automatisering op termijn voor een concrete dreiging voor onze sociale welvaartstaat zorgen. Tegelijkertijd, biedt het ook ontzettend veel onontdekte mogelijkheden. Daarom is het belangrijk dat we in ons antwoord op deze revolutie verder durven kijken dan de angstscenario’s waar men nu maar al te vaak mee op de proppen komt.
De voorbije jaren klonken verschillende alarmbellen over de impact van AI op jobs en productiviteit. Zo waarschuwde de OESO enkele jaren geleden voor een fnuikende productiviteitsgroei in ons land, terwijl vandaag het grootste groeipotentieel voor die productiviteit zich juist bevindt bij de jobs van onze middenklasse. Dit zijn vaak jobs die administratief van aard zijn of routinematige kennisarbeid. Jobs waar AI een grote en positieve impact kan hebben. Moeten deze mensen daarom vrezen dat hun jobs zullen
verdwijnen? Natuurlijk niet. We moeten hen wel omscholen om te leren samenwerken met AI. Zoals mensen in heel wat jobs enkele decennia geleden hebben moeten leren om samen te werken met het internet. De geschiedenis leert ons dat technologische revoluties zelden tot massawerkloosheid leiden, maar wel tot een verschuiving in jobtypes.
Denk aan de smeden die plaatsmaakten voor automechaniciens, of typistes die evolueerden naar digitale assistenten. Het echte gevaar schuilt niet in het verdwijnen van werk, maar in een gebrek aan voorbereiding op een nieuw soort werk.
De kansen van AI zijn immens, mits we ze slim benutten. Deze technologie kan een cruciale rol spelen in het versnellen van wetenschappelijke doorbraken, van de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen tot klimaatoplossingen. Stel je voor: AI-modellen die helpen om energiezuinige materialen te ontwerpen, of algoritmes die landbouwoptimalisatie mogelijk maken om voedselverspilling tegen te gaan. Het Planbureau berekende al dat AI ons bbp met 1,5% per jaar kan doen stijgen, maar de echte winst ligt in de maatschappelijke vooruitgang die voorhanden ligt. Ik droom dan van lagere zorgkosten door gepersonaliseerde geneeskunde of een beter opgeleide bevolking waarbij iedereen mee kan in de digitale transitie.
Toch is AI geen zaligmakende oplossing en moeten we ook waakzaam zijn. Deze technologie is steeds dual use: ze kan evenzeer ingezet worden voor het ontwikkelen van biowapens als voor levensreddende medicijnen. Bill Gates waarschuwt terecht dat we AI moeten omkaderen om misbruik te voorkomen. Het is dan ook essentieel dat overheden, bedrijven en onderzoekers samenwerken aan ethische richtlijnen en veiligheidsprotocollen.
Kort samengevat: de grootste uitdaging is dus niet zozeer jobverlies, maar wel de mismatch tussen bestaande vaardigheden op de arbeidsmarkt van nu en de skill-set die nodig is voor de jobs van morgen. Het goede nieuws? Dat valt op te lossen. Mensen moeten leren samenwerken met AI in plaats van te vrezen erdoor vervangen te worden. Daarom is investeren in bijscholing en omscholing zo noodzakelijk.
De Europese Commissie lanceerde eerder dit jaar haar Union of Skills–plan, een ambitieus programma dat levenslang leren promoot en gerichte trajecten ontwikkelt voor sectoren in transitie. In België moeten overheid, bedrijven en onderwijsinstellingen dit vertalen naar concrete acties: uitbreiding van opleidingsprogramma’s, stimulansen voor bijscholing op de
werkvloer, en gerichte doorstroom naar groene en digitale jobs. Om zeker te zijn dat dit proactief beleid wordt dat niemand achterlaat, dring ik echter aan bij de Commissie om het niet alleen te houden op actieplannen, maar om te komen met harde wetgeving.
Zolang we AI zorgvuldig weten te omkaderen wanneer nodig is, kunnen we quasi eindeloos genieten van de mogelijkheden die het ons biedt. De EU heeft dit terecht gedaan met de AI Act. De EU moet koers houden en niet toegeven aan Amerikaanse oligarchen zoals Elon Musk om verregaand te gaan dereguleren. AI kan onze partner zijn, zolang we onthouden dat technologische vooruitgang ten dienste moet staan van de samenleving, en nooit andersom.