Het Europees Parlement bereikte dinsdag een akkoord met de lidstaten over betere bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende stoffen op de werkvloer. Liesbet Sommen (cd&v/EVP) was hoofdonderhandelaar namens het Europees Parlement en loodste het dossier naar een goed einde: "Elk jaar krijgen ongeveer 120.000 werknemers in de EU kanker door blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op het werk. Dat is onacceptabel.”
Wat verandert er voor werknemers?
Of je nu werkt in een autofabriek, last in de bouw of tijdens je job in de zorg vaak in contact komt met gevaarlijke geneesmiddelen, deze nieuwe regels moeten het contact met kankerverwekkende stoffen zoveel mogelijk beperken. Maar wat verandert nu concreet?
- Er werden nieuwe Europese limietwaarden vastgelegd voor 4 kankerverwekkende stoffen zoals kobalt, dat nodig is productie van o.a. batterijen.
- Wie langdurig speciaal beschermende kledij, zoals een ademhalingsmasker, draagt op het werk heeft voortaan recht op regelmatige pauzes in een niet-gecontamineerde locatie.
"Een werknemer in Antwerpen verdient exact dezelfde bescherming als een werknemer in Athene of Lissabon. En omgekeerd. Door eindelijk Europese grenswaarden vast te stellen voor een hele reeks nieuwe stoffen, waaronder kobalt, maken we komaf met het lappendeken van nationale regels dat werknemers nog te vaak afhankelijk laat van het land waar ze werken”, zegt Sommen. De Europese Commissie schat dat het akkoord de komende 40 jaar ongeveer 1.700 gevallen van longkanker kan voorkomen en bijna 19.000 mensen kan behoeden voor ernstige beroepsziekten.
Wat verandert er voor de bedrijven?
De invoering van nieuwe regels vraagt tijd en inspanningen van bedrijven. Daarom voorziet het akkoord in voldoende overgangstermijnen en duidelijkheid, zodat ondernemingen zich op een haalbare manier kunnen aanpassen aan de nieuwe verplichtingen.
Tegelijk hielden de onderhandelaars rekening met een belangrijke geopolitieke realiteit. Kobalt is een kritieke grondstof voor batterijen, de energietransitie en de Europese defensie-industrie. Uit onderzoek van de KU Leuven bleek ook dat de vraag naar Kobalt in 2050 vergeleken met het huidige gebruik in de EU met wel 350% kan stijgen. “Als Europa zijn strategische autonomie wil versterken, moeten we e daarom rvoor zorgen dat de verwerking en productie van deze grondstoffen in Europa verankerd blijven”, zegt Sommen.
Volgens Sommen was het daarom essentieel om een evenwicht te vinden tussen een betere bescherming van werknemers en het behoud van een sterke industriële basis in Europa. “Te strikte regels zonder voldoende begeleiding dreigen productie te verplaatsen naar landen waar werknemers minder goed beschermd zijn en de arbeidsnormen lager liggen. Dit akkoord combineert een betere bescherming van werknemers met aandacht voor de concurrentiekracht van onze industrie en het behoud van Europese jobs’, besluit ze.
Het akkoord wordt in het najaar ter stemming voorgelegd aan het Europees Parlement waarna ook de lidstaten nog formeel hun goedkeuring moeten geven.