De commissie Sociale Zaken in het Europees Parlement gaf vandaag groen licht voor het verslag van cd&v-Europarlementslid Liesbet Sommen over de zesde herziening van de richtlijn die de blootstellingswaarden van kankerverwekkende stoffen (CMRD) op de werkvloer regelt.
“Goed nieuws”, zegt Sommen, “Hiermee worden miljoenen werknemers in sectoren zoals de maakindustrie, de bouw de zorg en ook onze hulpdiensten beter beschermd tegen stoffen die kanker of vruchtbaarheidsproblemen kunnen veroorzaken.”
Jaarlijks worden in de EU zo'n 120.000 mensen ziek door werkgerelateerde kanker, met ongeveer 80.000 overlijdens tot gevolg. Sinds 2004 werd de richtlijn al vijf keer herzien. Deze zesde herziening voegt opnieuw een reeks stoffen toe en scherpt de bestaande grenswaarden aan. De Europese Commissie berekende dat deze herziening ongeveer 1.700 gevallen van longkanker en 19.000 andere ernstige ziektes zal voorkomen in de komende 40 jaar.
Wat verandert er concreet?
Voor het eerst worden bindende Europese grenswaarden vastgelegd voor onder andere kobalt. Tot nu toe liepen de nationale regels voor deze stoffen sterk uiteen of ontbraken ze zelfs volledig. Het gevolg daarvan is dat een batterij-arbeider in het ene EU-land veel beter beschermd was dan in het andere. Daarnaast wordt bijvoorbeeld ook lasrook, dat kankerverwekkende stoffen zoals chroom en nikkel kan bevatten, expliciet opgenomen in de lijst met werkprocessen die onder de richtlijn vallen.
Liesbet Sommen: "Een werknemer in Antwerpen verdient exact dezelfde bescherming als een werknemer in Athene of Lissabon én omgekeerd. Door voor de reeks stoffen, met onder meer kobalt, eindelijk Europese grenswaarden vast te leggen, maken we komaf met het lappendeken van nationale regels waardoor werknemers vandaag nog te vaak afhankelijk zijn van het land waarin zij actief zijn."
Kobalt betreft meteen ook één van de meest opvallende aanpassingen in de herziening. “Die grondstof is immers onmisbaar voor de batterijsector en speelt zo ook een cruciale rol in de technologische transitie van de EU”, zegt Sommen, “De bescherming en het welzijn van onze werknemers moet altijd prioritair zijn maar tegelijkertijd moeten we ook oppassen dat onrealistische grenswaarden er niet toe leiden dat onze kobaltverwerking verhuist naar niet EU-lidstaten”, klinkt het. Volgens Sommen zouden zowel de werknemers als onze Europese strategische autonomie de dupe zijn van zo’n scenario.
Bijzondere aandacht voor hulpdiensten en kmo’s
In het verslag is verder ook bijzondere aandacht voor brandweerlui en hulpdiensten. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) classificeert de beroepsmatige blootstelling van brandweerlieden inmiddels als kankerverwekkend. “Zij lopen een bewezen verhoogd risico op beroepsgebonden kanker. Het minste wat we voor hen kunnen doen, is zorgen dat de overheid die risico's ernstig nemen en hen beschermen met dezelfde zorg waarmee zij ons beschermen”, vindt Sommen.
"We houden ook rekening met de realiteit op het terrein en hebben daarom expliciet aandacht voor kmo's en micro-ondernemingen. Het zijn zij die deze regels in de praktijk moeten waarmaken. Met goede richtsnoeren, ondersteuning en een sterke sociale dialoog zorgen we dat de bescherming van onze werknemers ook effectief werkbaar blijft”, besluit Sommen.
Het verslag moet nu nog aangenomen worden door de plenaire vergadering van het Europees Parlement waarna de onderhandelingen met de lidstaten kunnen aanvangen.